Functies

De alvleesklier heeft twee belangrijke functies; de exocriene functie en de endocriene functie. Deze moeten duidelijk van elkaar onderscheiden worden.

Exocriene functie
De exocriene functie heeft een belangrijke rol bij de spijsvertering; het verteren van voedsel. De alvleesklier produceert een sap dat via kleine buisjes uitkomt tot de grote pancreasbuis. De grote pancreasbuis bevindt zich circa 10 cm voorbij de sluitspier van de maag. Deze plek staat ook wel bekend als de Papil van Vater. Vlak voordat de buis uitmondt in de twaalfvingerige darm voegt deze zich samen met de galafvoergang. Het sap wordt vervolgens afgevoerd naar de twaalfvingerige darm. Lees meer over de exocriene functie.

Endocriene functie
De endocriene functie heeft een belangrijke rol bij het regelen van de bloedsuikerspiegel. In de alvleesklier is ook weefsel te vinden zonder afvoerbuisjes. Deze worden de “Eilandjes van Langerhans” genoemd. Deze produceren onder andere het insuline- en glucagonhormoon. Deze hormonen hebben een belangrijke rol in het regelen van de suikerstofwisseling. De hormonen zorgen ervoor dat het bloedsuikergehalte in evenwicht wordt gehouden. Lees meer over de endocriene functie.